Herdenking Spaanse Burgeroorlog 2015

Tekst uitgesproken door Yvonne Scholten op herdenkingsbijeenkomst Spaanse Burgeroorlog 21 Mei 2015

Vrijheid daar strijd je voor – is het motto gekozen voor deze bijeenkomst – en ik heb daar lang over na moeten denken. Vrijheid daar strijd je voor – maar dat geldt in Nederland maar voor een heel klein aantal mensen – misschien voor de asielzoekers die in beklagenswaardige hokken worden opgesloten en die wanhopig proberen nog iets van hun leven te maken.

Waarom herdenken we – ook dat is natuurlijk een vraag die we ons dezer dagen voortdurend gesteld hebben. We herdenken de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en we kibbelen over de vraag wie er wel en wie er nu niet herdacht moet worden. Mogen er Duitsers herdacht worden? Besteden we niet veel te veel aandacht aan de Tweede Wereldoorlog en veel te weinig aan al die slaven die wij als slavendrijvende natie van Afrika naar Suriname vervoerd hebben, of aan de ontelbare slachtoffers van ons koloniaal bewind in Indonesië – voorheen Nederlands- Indie?

Het zijn lastige vragen – en er zou heel wat meer tijd voor nodig zijn dan de 10 minuten die mij gevraagd zijn hier te spreken – om er ook maar een begin van een antwoord op te vinden. Soms lijkt de geschiedenis me een grabbelton of een snoepwinkel: we staan er voor en we zoeken uit wat ons het lekkerste lijkt, wat het meest in onze kraam te pas komt.

In dit zaaltje zitten mensen met een totaal verschillende achtergrond: aan de ene kant de familieleden en vrienden van de mannen en vrouwen die in de Spaanse Burgeroorlog vochten – aan de andere kant jonge mensen van het Bredero College. Ooit, jaren geleden besloot dat college het monument voor de spanjegangers te adopteren maar wat betekent dat monument nu nog voor de jonge mensen die nu hun schooltijd doorbrengen hier op het het Bredero college? Ik zou ze die vraag wel eens willen stellen – en misschien doet de gelegenheid zich ooit ook wel voor.

Wie herdenken we allemaal? Voor jullie hier op de eerste rijen, familieleden en vrienden, zijn dat de jongens en meisjes die al in 1937 – sommigen zelfs al in 1936 -besloten om naar Spanje te gaan. Even een paar jaar geschiedenisles in een notendop: in Spanje was in het voorjaar van ‘36 een linkse regering aan de macht gekomen, een regering die zich sterk maakte voor landhervormingen in een land waar zo’n 80 % van de grond nog in handen was van feodale grootgrondbezitters, een regering die zich sterk maakte voor onderwijs voor iedereen – in een land waar de oppermachtige en ultraconservatieve katholieke kerk het op onderwijs gebied nog grotendeels voor het zeggen had – een regering die arbeiders en doodarme landbouwers een minimale levenszekerheid wou geven – kortom een regering waarvan je als mens met een beetje gezond verstand zou denken: prima, laat dat vooral gebeuren. Maar die regering bedreigde de macht van de gevestigde orde, van de kerk, van de generaals van het leger, van de grootgrondbezitters en de grootindustrielen – en dus besloten de generaals dat er zo snel mogelijk een eind aan moest komen. En dus pleegden ze een militaire coup – maar ze hadden niet gerekend op het massale verzet van de bevolking dat er op volgde. Duizenden jonge mensen in Barcelona en Madrid en in talloze ander kleinere en grotere steden gingen de straat op, bestormden de kazerne s en de politie posten, veroverden wapens – en gingen vervolgens naar het front om tegen de huurlegers van de generaals te vechten. Huurlegers waarin overigens Marokkaanse soldaten een belangrijke rol speelden – een ander uiterst delicaat onderwerp waar nog steeds te weinig aandacht aan wordt besteed en waar we mogelijk in de toekomst nog eens op terug komen. Vervolgens gebeurde iets wat in de geschiedenis tot dan toe uniek was: uit alle delen van de wereld snelden jonge mensen naar Spanje om te helpen die Spaanse Republiek te verdedigen tegen de coup van de generaals – en dat gebeurde in een tijd waarin Spanje voor bijvoorbeeld Nederlanders minstens zo ver weg was als voor jonge mensen van nu China – en misschien nog wel veel verder weg, Het was lang voor de tijd van de moderne communicatie, lang voor de tijd van globalisering, en snelle reizen en backpackers die over de wereld trekken – Spanje was toen een exotisch land. Een klein voorbeeld uit een brie f van de Nederlandse spanjestrijder Willem van Veen aan zijn broer Joop: 7 november 1937

“Jopie, we hebben ons naar gelachen om die brief van jou. Je vroeg of we hier Spaanse wijn drinken en Spaanse pepers eten. We drinken hier spaanse wijn want er is hier meer wijn dan water . En ik was me hier ’s morgens met eau de cologne omdat er geen water is.”

Het gebrek aan water speelde een ongelooflijk grote rol in de zomer van 1937 – het was bloed – en bloedheet op de spaanse hoogvlakten en er was inderdaad nergens een druppel water te bekennen –

Wat die jongens en een paar meisjes – dreef om naar Spanje te gaan? De mensen die hier op de voorste rijen zitten zijn de nabestaanden van de Spanjegangers en voor hun is het antwoord duidelijk – er moest inderdaad voor de vrijheid worden gevochten. Het was 1936 – 1937- 1938 – een paar jaar maar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, In Italië heerste al jarenlang een potsierlijke dictator, Benito Mussolini genaamd – in Duitsland was in 1933 de overtreffende trap van een dictator aan de macht gekomen: Adolf Hitler – overigens was die via democratische verkiezingen aan de macht gekomen en ook dat is iets waar we af en toe eens goed over na zouden moeten denken. In Nederland was een heel kleine groep mensen zich bewust van het gevaar dat dreigde – het was echt maar een heel kleine groep, het merendeel van de mensen deed toch liever of zijn neus bloedde – en vanuit die groep zijn tussen de 700 en 800 mensen naar Spanje gegaan om daar de vrijheid te verdedigen. Dat is ze niet in dank afgenomen: bij terugkeer raakten ze hun paspoort, hun nationaliteit kwijt, ze waren stateloos, mochten niet meer stemmen, erger nog: ze kwamen op een lijst van subversieve elementen die vervolgens weer in handen is gevallen van de bezettende Duitsers en die velen die Spanje overleefd hadden alsnog de kop heeft gekost. Na de oorlog hadden ze niet alleen het probleem dat ze geen papieren hadden maar ze werden ook nog steeds als verdachte elementen gezien: het waren merendeels overtuigde communisten en in de tijd van de ‘Koude Oorlog’ had je daar een levensgroot probleem mee. . Velen konden geen werk krijgen, ook hun familieleden werden in de gaten gehouden. Uit mijn persoonlijke geschiedenis weet ik nog dat toen ons gezin in 1953 verhuisde onze nieuwe buren van de BVD te horen kregen dat ze communisten naast zich kregen, doodeng natuurlijk.

Een en ander heeft er toe geleid dat de Spanjestrijders in ons land nauwelijks enige erkenning hebben gekregen. Ik denk – en gelukkig zijn er nog heel wat andere mensen die daar ook zo over denken – dat daar eindelijk eens verandering in moet komen, dat het tijd is om de geschiedenis van de Spanjegangers te schrijven. Strak spreekt Jaap-Jan Flinterman over ‘ de oorlog begon in spanje’ – het eerste boek waarin aan die geschiedenis aandacht werd besteed. Dat boek is van 1986 – het is nu 2015, bijna dertig jaar later.

Vanmiddag op het symposium zal ik iets meer vertellen over inhoud en vorm van het digitaal platform waar aan gewerkt wordt. Nu wil ik heel graag eindigen met een klein citaat uit een document dat ik onlangs in handen kreeg. Het zijn een paar velletjes papier, geschreven door Arie Verweij, rotterdamse havenarbeider en Spanjestrijder – hij schreef deze woorden in het jaar van zijn dood, aan wie hij ze schreef hebben zijn zonen niet weten te achterhalen:

“Wij hebben het onze gedaan en we hebben het een en ander bereikt. Wat ons betreft: we zijn tevreden maar voor velen is de weg nog lang, de weg naar een maatschappij waarin uitbuiting van de ene mens door de andere onmogelijk wordt. De hongerigen spijzen en de dorstigen laven – men vindt het allemaal terug in bijbels, korans, thora’s en dergelijke – er was nog geen anarchist, socialist, communist op de aarde te bekennen toen deze richtlijnen al bestonden.”

Om te zorgen dat dit soort documenten bewaard blijven en de verhalen verteld worden van mensen – vaak mensen van heel eenvoudige komaf – die durfden te vechten voor vrijheid, maar ook voor gelijkheid en broederschap , voor universele waarden – daar ligt voor mij bovenal de betekenis van deze herdenking en van het project waaraan wij werken: pogen zoveel mogelijk namen en levensverhalen van de Spanjestrijders te achterhalen.

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s