Bart van der Schelling

BartvdSchellingomslagOnlangs kwam er een biografie uit van de Spanjestrijder Bart van der Schelling. Het boek, geschreven door Yvonne Scholten, is een uitgave van uitgeversmaatschappij Ad. Donker uit Rotterdam.

Bart van der Schelling werd in 1892 geboren in een groot, arm gezin. Van de vermoedelijk zeventien kinderen bleven er negen in leven. Bart werkte na de Lagere School als leerling in de Leerdamse glasindustrie en later in het abattoir in de Rotterdamse Boezemstraat waar de familie naar toe was verhuisd. In 1926 emigreerde hij naar de Verenigde Staten, met achterlating van zijn vrouw en twee jonge kinderen. Hij vond er werk als professioneel zanger, trad op in musicals op Broadway en na de crisis van 1929 vond hij werk via het Federal Arts Project, een van de initiatieven onder Roosevelt’s New Deal. In die politiek geëngageerde omgeving rijpt zijn besluit om in 1937 naar Spanje te gaan. Hij maakt in februari 1937 de oversteek met een groep Amerikaanse jongens die zich voordeden als studenten. In maart of april ’37 maakt hij de clandestiene oversteek te voet over de Pyreneeën en via Figueras en Barcelona komt hij in Albacete, het hoofdkwartier van de Internationale Brigades, waar hij zijn eerste training krijgt in het dorpje Madrigueras. Hij wordt ingedeeld bij de Amerikaanse Abraham Lincoln Brigade en ingezet bij de beruchte slag om Brunete, in juli 1937, in de bloedhitte. Van der Schelling raakt er ernstig gewond, hij heeft verscheidene schotwonden in zijn benen. Hij komt terecht in een revalidatiecentrum in Valdeganga, niet ver van Albacete. Hij is te zwaar gewond voor het front en biedt zijn diensten aan als tolk maar een paar maanden later is het in de buurt van Teruel weer raak. Bij een bombardement wordt de vrachtwagen waar hij in zit geraakt en komt hij pas dagen later weer bij in het ziekenhuis van Benicassim, honderden kilometers naar het noorden. Hij heeft een zware beschadiging aan zijn nek en wordt in de zomer van 1938 geëvacueerd naar Parijs. Van daar gaat hij als verstekeling terug naar de Verenigde Staten. In de oorlogsjaren is hij actief met de groep ‘Verboten’; ze brengen antifascistische liederen en liederen van en over de Spaanse Burgeroorlog. Hij treedt op met mensen als

Woody Guthrie en Pete Seeger. In 1944 verhuist hij van het te koude New York naar het warme Los Angeles op aanraden van dr. Edward Barsky, in Spanje arts voor de Internationale Brigaden en terug in de VS de vertrouwensarts van veel Spanje veteranen. Van der Schelling draagt nog jarenlang een zware brace om zijn nek door de in Spanje opgelopen verwonding. Eind jaren ’40 blijken hij en zijn Amerikaanse echtgenote in de gaten te worden gehouden door de FBI, zoals zoveel Spanje veteranen die in FBI dossiers worden omschreven als ‘premature antifascists’; ze nemen de wijk naar Mexico. Van der Schelling begint er een carrière als naïef schilder die succesvol verloopt. In 1964 komt hij voor het eerst terug in Nederland voor een tentoonstelling in Schiedam. De laatste jaren van zijn leven slijt hij opnieuw in Los Angeles waar hij op 78-jarige leeftijd overlijdt.

En voor wie zijn stem wil horen: De zingende Hollander

Herdenking & Symposium

Op 21 Mei zal de jaarlijkse herdenking van de Spaanse Burgeroorlog en met name de Nederlandse deelnemers aan de Internationale Brigades plaats vinden. Verder zal voor het eerst aansluitend ook het Symposium “Vrijheid daar strijd je voor” worden gehouden. Op dit symposium zullen vijf sprekers verschillende aspecten van de Spaanse Burgeroorlog belichten.

Voor meer informatie over de herdenking en het symposium kan contact worden opgenomen met Stichting Spanje 1936-1939.

De deelname aan het symposium is gratis. Wel is er het verzoek, wegens het beperkt aantal plaatsen, om u aan te melden via email.

SymposiumSpanje3639

Oude en nieuwe bronnen, een verrassing uit Moskou

De afgelopen weken ontvingen we nieuwe informatie uit verschillende bronnen. De Belgische journalist Sven Tuytens stuurde ons een flink aantal dossiers uit het militaire archief van Avila, Spanje. Hij schrijft daarover:

Mijn zoektocht naar soldaten uit de Spaanse burgeroorlog betreft vooral de Slag van Brunete. Het was één van de grote veldslagen van de Spaanse burgeroorlog waarbij de republiek, in juli 1937, tussen de 80 000 en 85 000 strijders naar het oosten van Madrid stuurde. Het was de bedoeling om daar door de linies van het leger van generaal Franco te breken en vervolgens door te stoten naar het zuiden. Maar het offensief mislukte en na ongeveer 20 dagen strijd, telde het republikeinse leger naar schatting 20 000 verliezen: dat waren doden, gewonden, verdwenen strijders en krijgsgevangenen. De troepen van generaal Franco verloren 16 000 manschappen.

Samen met Ernesto Viñas – die net zoals ik – een ingeweken inwoner is van één van de dorpen die tijdens die veldslag vernield werden, bestuderen we al jaren alles wat met die veldslag te maken heeft. Kinderen en kleinkinderen die op zoek zijn naar soldaten en weten of vermoeden dat hun familielid in juli 1937 gekwetst raakte of sneuvelde, komen soms na een hele grote omweg bij ons terecht. Onze contactgegevens krijgen ze van onderzoekers uit andere streken van Spanje, plaatselijke gemeentebesturen en Spaanse ambassades. Op dit moment hebben we ongeveer 80 aanvragen. Die betreffen meestal Spanjaarden, maar ook buitenlanders die in de Internationale Brigades familieleden hadden.

Onze kleine vereniging, Brunete en la Memoria, krijgt geen enkele financiële steun van de overheid. Maar we hebben wel de ambitie om in de toekomst een klein museum op te richten, dat het vertrekpunt zou worden van historische wandelingen naar de overgebleven loopgraven. De plaatselijke overheden zien zo’n museum niet zitten. Het enige monument dat in de streek aan de slag herinnert, staat in het dorp Brunete en dateert uit de Franco dictatuur. Het monument is een ode aan dictator Franco en een overtreding van de wet op het historisch geheugen (memoria histórica). Maar geen enkele stadhouder durft het aan om het monument te verwijderen.

Verdwenen soldaten

Jaarlijks organiseren we een herdenkingstocht waarbij we de overblijfselen van het slagveld bezoeken en ter plaatse het verhaal van de Slag van Brunete vertellen. Met sommige families van interbrigadisten hebben we door de jaren heen een band opgebouwd.

We werken in het kader van de memoria histórica, al heeft die vooral te maken met de slachtoffers van repressie onder het Franco-regime. Ons opzoekingswerk maakt deel uit van een vergeten aspect van die memoria: de militaire slachtoffers van de Spaanse burgeroorlog.

Tot zover Sven Tuytens – en wie contact met hem zou willen opnemen kan dat doen via een mailtje aan ons.

De grote verrassing van de afgelopen maand kwam uit Moskou: daar is een heel groot deel van het Komintern-archief over de Spaanse Burgeroorlog op internet gezet. Dit archief is jarenlang vrijwel geheel gesloten geweest; begin jaren’90 kwam er enige opening en op dat moment hebben verschillende onderzoekers hun slag geslagen en delen van het archief kunnen kopiëren. Een deel kwam in Amsterdam op het IISG, een ander deel in New York, in het archief van de Amerikaanse Abraham Lincoln-Brigade. De gegevens waarover wij beschikken over Nederlandse deelnemers aan de Spaanse Burgeroorlog zijn voor het overgrote deel uit deze twee laatste locaties afkomstig. Een van de problemen met dit archief is dat het vaak maar heel summiere gegevens bevat, soms niet meer dan een naam en de toevoeging ‘holandes’, Nederlander. De zeker voor een Spanjaard onuitspreekbare namen zijn vaak ook nog eens fonetisch weergegeven zodat het vaak raden is. Dat Klaster Leo Klatser is, is niet zo moeilijk te herleiden maar dat Vanevik Jan van Eijk is, was al wat meer speurwerk. De Nederlanders zaten met Duitsers, Oostenrijkers en Scandinaviërs vaak in dezelfde brigades en dus lijkt het waarschijnlijk dat Vigge Andersen – die wel Holandes achter zijn naam heeft staan – toch geen Hollander is.

Nu is er dus een gigantische hoeveelheid informatie bij gekomen, die mogelijk voor een groot deel gaat overlappen met de gegevens die we al hebben. Maar het moet natuurlijk wel allemaal gecontroleerd worden. De index is helaas in het Russisch – en in Cyrillisch schrift; ook daarvoor hebben we inmiddels hulp toegezegd gekregen.

Mocht je nieuwsgierigheid zijn gewekt:

http://sovdoc.rusarchives.ru/#tematicchilds&rootId=94999

De wondere wereld van de archieven

De afgelopen weken verdiepten we ons in de openbare dossiers over de Spanjestrijders in het Nationaal Archief in Den Haag. Tot onze verbazing bleken die voor een flink deel dezelfde informatie te bevatten als de geheime ( de beperkt toegankelijke) dossiers. Archivarissen zullen zich daar misschien niet echt over verbazen: hoe archieven tot stand komen, is meer dan eens een kwestie van toevalligheden. Wat in het ene dossier een geheim document is over ronselarij, wordt in het andere dossier gewoon openbaar gemaakt als een poging in het werk wordt gesteld om de kosten die gemaakt zijn voor de repatriëring van Spanjestrijders te verhalen. In veel gevallen lukt dat niet: in de meeste gezinnen van Spanjestrijders was het geen vetpot. Spanjestrijders die na maanden verblijf in Spanje besloten dat het mooi was geweest en dat ze terug naar huis wilden, kregen daar lang niet altijd toestemming voor – sterker nog: in veel gevallen kregen ze het stempel ‘deserteur’ mee, een hard oordeel over jonge jongens die ontberingen en slecht militair optreden hadden meegemaakt en vonden dat ze recht hadden op een gevechtspauze. In dat geval deden ze een beroep op Nederlandse consulaten in Valencia, Barcelona of over de grens in Frankrijk om de reis terug naar huis te bekostigen. Dat werd dan ook nog eens in de meeste gevallen geweigerd – maar ondertussen was wel een dossier aangelegd en werd aan de instanties doorgegeven dat ze hun Nederlanderschap hadden verloren. In een aantal gevallen werden paspoorten in beslag genomen – die zijn dus nu openbaar en leveren ons de eerste portretjes van Spanjegangers:

DE EERSTE PORTRETTEN

Willem Breed 12-09-1906 Haarlem

Willem Breed 12-09-1906 Haarlem

Albertus Geijssen 10-03-1908 Amsterdam

Albertus Geijssen 10-03-1908 Amsterdam

Anthon Bonnee 02-08-1912 Amsterdam

Anthon Bonnee 02-08-1912 Amsterdam

Evert Scheltens 09-05-1918 Amsterdam - in Spanje gesneuveld

Evert Scheltens 09-05-1918 Amsterdam – in Spanje gesneuveld

Jan Vroom 02-05-1914 Groningen

Jan Vroom 02-05-1914 Groningen

Johannes van Amsterdam 23-12-1908 Oegstgeest

Johannes van Amsterdam 23-12-1908 Oegstgeest

Martin Boonekamp 26-01-1902

Martin Boonekamp 26-01-1902

Ondertussen melden zich ook meer familieleden met vragen, opmerkingen en materiaal. Zo vraagt Amar Antheunis – neef van Spanjestrijder Johan Antheunis die in Spanje sneuvelde – zich af of zijn oom ( zie portretje) de man is op de foto die we eerder plaatsten en die ons werd toegezonden uit Duitsland:

Antheunis

johan antheunis copy

De eerste stappen …

De afgelopen maanden van research in het IISG, het Nationaal Archief, op internet, in bevolkingsregisters, tijdschriften en boeken hebben – zoals we hoopten en ook wel een beetje verwachtten – een schat aan informatie opgeleverd. Van tussen de 700 en 800 mensen die kortere of langere tijd tussen 1936 en 1939 in Spanje waren, hebben we inmiddels gegevens achterhaald. Van sommigen aanzienlijk meer dan van anderen, van enkelen hebben we zelfs nog geen geboortedatum of geboorteplaats terwijl over anderen het spreekwoordelijke boek geschreven kan worden – maar van allemaal staat vast dat ze op de ene of andere manier betrokken waren bij de Spaanse Burgeroorlog. Die gegevens moeten nu eerst allemaal geordend worden en dat zal nog enige tijd in beslag nemen; ze vormen de basis voor de database die het IISG gaat maken. Gelukkig hebben nieuwe vrijwilligers zich bij het project aangesloten; er wordt in rap tempo doorgewerkt. Na deze ‘kwantitatieve’ fase gaan we de meer ‘kwalitatieve’ fase in; verdieping en uitbreiding van de biografische gegevens.

De research in de ‘beperkt toegankelijke’ dossiers van het Nationaal Archief leverden in de eerste plaats op dat ‘de Mop’ inderdaad een mens is en geen obscuur blaadje. Hij werkte in het wagenpark van Albacete, waar het hoofdkwartier van de Internationale Brigaden was gevestigd. Nu hebben daar meer Nederlanders gewerkt en zijn ware naam hebben we nog niet kunnen achterhalen.

De ‘geheime’ dossiers gaan allemaal onder de noemer ‘ronselarij’ – een inmiddels weer geheel ingeburgerd begrip. Politie en inlichtingendiensten proberen via verhoren van teruggekeerde Spanjestrijders, en verhoren van en huiszoekingen bij familieleden informatie in te winnen over veronderstelde ronselaars. Een enkele verstandige politiecommissaris merkt op het misschien een beetje verspilde energie is om daar zoveel tijd in te steken: die jongens gaan namelijk vrijwillig, schrijft hij, die hoeven niet geronseld te worden. Na de nederlaag van de Spaanse Republiek en de terugkeer van de Spanjestrijders gaat het vooral om de vraag wie in vreemde krijgs- of staatsdienst is geweest en dus zijn nationaliteit heeft verloren. Het parket Amsterdam is daarin het felst: geen enkel pardon voor de revolutionairen die in het ‘roode leger’ hebben gevochten. Officier van Justitie van Dullemen meent zelfs dat het hele zooitje maar beter het land uitgezet kan worden. Hij maakt zich ook erg kwaad over het feit dat aan deze teruggekeerden “klakkeloos werklozensteun en andere voorrechten worden gegeven: zo schijnt o.a. het dochtertje van den bekende communist Jef Last, welke als kapitein in het Spaanse leger een grote rol heeft gespeeld, kosteloos onderwijs te ontvangen op het Barlaeus-Gymnasium, alhier, waar zij verschijnt, getooid met het embleem der Sovjet-Unie, de hamer met sikkel!

Het is toch wel een beetje te veel gevergd van het kleine percentage Amsterdammers, die de hoge gemeente-fonds belastingen betalen, dat zij lijdelijk moeten toezien, dat die gelden besteed worden aan niet-Nederlanders, ondermijners van den Ned. Staat.”

Deze nu nog beperkt openbare archieven worden overigens in 2017 openbaar. Dan pas kan dus het prachtige fotootje gereproduceerd worden waarop Spanjestrijders Jaap Heshof en Theo Wildschut met de armen over elkaar heen geslagen in de zomer van 1937 ergens in Spanje in de camera blikken. Het dossier vermeldt niet hoe dat fotootje bij justitie terecht is gekomen.

Maar het is ook niet uitgesloten dat het fotootje via andere wegen eerder bij ons belandt. Familieleden van Spanjestrijders beginnen de weg naar ons project te vinden en dragen nieuwe informatie aan. De eerste levensbeschrijvingen zijn gemaakt en ook daarvoor hebben we nieuwe medewerkers gevonden.

Kortom: wordt vervolgd.

Nationaal Archief

Het heeft wat voeten in de aarde gehad maar nu is er dan de toestemming van het Nationaal Archief om ook de ‘geheime documenten’ over de Spanjestrijders in te mogen zien. Wel met alle restricties van dien: er mag niet gefotografeerd of gefotokopieerd worden, er mag alleen overgeschreven worden. Het Archief betreffende Oud-Spanjestrijders van het Ministerie van Justitie 1937-1941 bevat maar liefst 283 dossiers over ongeveer evenveel personen. Met her en der wat twijfelgevallen: er zijn een ‘Bertus’ en ‘Frans’ wier achternamen kennelijk door politie en inlichtingendiensten niet vielen te achterhalen. En nog intrigerender: “De Mop” uit Amsterdam. Persoon of obscuur blaadje? We gaan het de komende maanden allemaal bestuderen. Blijft de verwondering over het feit dat dit dossier nog steeds beperkt toegankelijk is. Misschien helpt onze belangstelling om het binnen afzienbare tijd openbaar te maken.

Het nieuwe jaar

Spaanse Burgeroorlog

Het nieuwe jaar 2015 is gestart en daarmee beginnen wij officieel ook met het werken aan de database.

Een paar weken geleden is het benodigde bedrag ( 15.455 euro, bijeengebracht door crowdfunding en een subsidie van Stichting Democratie en Media) overgemaakt naar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam. Vanaf nu gaan drie studenten meewerken aan de research:

Loran van Diepen, masterstudent geschiedenis aan de UvA. Loran werkt als dienstverlener in het archief van het IISG en loopt stage als recensieredacteur bij het Tijdschrift voor Geschiedenis.

Tim Scheffe, research masterstudent Letterkunde aan de Vrije Universiteit. Voor zijn masterscriptie doet hij onderzoek naar Britse en Nederlandse vrijwilligers. Voor de stichting Spanje 1936-1939 werkt hij mee aan de voorbereiding van de jaarlijkse herdenking bij het Spanje-monument in Amsterdam-Noord

Lennart Bolwijn, bachelor student geschiedenis aan de UvA zal een aantal maanden stage lopen bij het project.

De afgelopen maanden heb ik de inventarisatie opgemaakt van wat er tot nu toe verzameld is over de Nederlandse deelnemers aan de Spaanse Burgeroorlog. Het comité Spanje ’36-’39 (inmiddels omgevormd tot Stichting) beschikte over een lijst van rond de 800 namen, waarvan de bron voor een groot deel nog moet worden geverifieerd. Zelf verzamelde ik de afgelopen jaren veel gegevens tijdens mijn research voor biografieën van Spanjestrijders Fanny Schoonheyt en Bart van der Schelling en voor twee OVT uitzendingen over de terugkeer van de Spanjestrijders in december 1938 – nog te beluisteren op

Het spoor terug. De terugkeer van de Spanjestrijders deel 1.

en

Het spoor terug. De terugkeer van de Spanjestrijders deel 2.

Dit materiaal heeft inmiddels geleid tot een lijst van rond de 650 namen, genoemd in minimaal één betrouwbaar document op grond waarvan met zekerheid kan worden geconcludeerd dat betrokkene tijdens de Spaanse Burgeroorlog ter plekke was.

Intussen hebben al verschillende mensen van uit binnen- en buitenland zeer waardevol materiaal aangeleverd. Dit bracht bijvoorbeeld het verrassende verhaal van Tio Oen Bik boven tafel – zie elders op de site.

Met enige regelmaat zullen we jullie op de hoogte houden van nieuwe ontdekkingen. Graag wil ik nog eens een oproep doen om ons gegevens toe te sturen waar jullie over beschikken – zeker omdat onder de gevers voor het project verschillende familieleden van oud-Spanjestrijders zijn.

Met de beste wensen voor het nieuwe jaar,

Yvonne Scholten